Helldorado 2017: het verslag

Speedfest is dood, leve Helldorado! Twee jaar nadat eerstgenoemd festival, georganiseerd door wijle Peter Pan Speedrock, de ogen definitief sloot, lijkt er een volwaardige vervanger te zijn gevormd, luisterend naar de naam Helldorado. Iets meer show, iets minder ruig, maar met exact dezelfde gezellige festivalsfeer. Met onder meer Monomyth, Orange Goblin en The Darkness stond er in ieder geval een grote verscheidenheid aan muziek op de planken van het Klokgebouw. Een verslag over een rock ’n roll feest in optima forma.

Zoals Henk Huppelschoten, voormalig weerman van Omroep Brabant, ooit al eens zei: “wanneer het vriest, met een snijdende oosterwind, mag de buitenplasser blij zijn als hij zijn jongeheer nog vindt.” Nou vriest het buiten niet en kunnen we het urineren nog eventjes uitstellen, maar guur is het buiten zeker. Gelukkig slaan de deuren van het Klokgebouw al op tijd open en wandelen de eerste mensen voor een warme snack direct naar de kraam met hamburgers. De Food Area ruikt vertrouwd naar friet, hamburgers en loempia’s, vermengd met koffie en de eerste pilsjes die hun weg richting het plastic vinden.

Mannen dragen rockabilly kapsels en de bretels zijn uit de mottenballen gevist, vrouwen hebben de haren mooi opgestoken en de pin-up tatoeages zijn weer legio aanwezig vandaag; het voelt gewoon aan als Speedfest, in een iets verder aangekleed jasje. De drie stages zijn voorzien van extra attributen, die het ook voor analfabeten duidelijk maken voor welk podium je nu eigenlijk staat (Tarantula, Lion en Cobra). Terwijl het Klokgebouw langzaam maar zeker volloopt, is het rond 13.30 tijd om het spits af te bijten.

Die eer is weggelegd voor het Amerikaanse Duel. Geen bekende naam, maar met twee voormalig leden van Scorpion Child, ook afkomstig uit Austin, Texas, beschikt de band over meer dan genoeg podiumervaring. Het viertal trapt de eerste editie van Helldorado af met hun groovende stoner rock, die bijzonder hard staat voor een eerste band. Zij die hun oordopjes nog niet in hebben gedaan, worden hier nog even fijntjes aan herinnerd. Een bescheiden applaus valt het Amerikaanse kwartet ten deel; Helldorado is nu écht begonnen.

Aan Komatsu om de boel naar het volgende level te tillen. Het staat behoorlijk vol bij de kleinere Tarantula Stage, waar veel vroege vogels wel zin hebben in wat stoner en sludge van lokale snit. Langdradige tracks worden afgewisseld met kortere, groovy songs en het geluid, dat in het begin nog belabberd staat afgesteld, wordt naarmate het halve uur aan speeltijd vordert, in positieve zin bijgesteld. Zoals wel vaker krijgt de Eindhovense band de handen moeiteloos op elkaar en is dertig minuten eigenlijk aan de korte kant.

Daar heeft Mambo Kurt, in zijn boksring tegenover de Lion Stage, bijzonder weinig boodschap aan. Dit kleurrijke en kolderieke personage weet alle tracks die hij speelt, of het nu Europe’s The Final Countdown of Rage Against The Machine’s Killing In The Name is, terug te brengen tot honkie tonkie polka tracks die je mondhoeken doen krullen en je benen doen bewegen. De Duitser krijgt de meute rondom zijn eigen mini-podium aan het dansen, zowel op als naast de stage. Niet niets, voordat de klok überhaupt drie keer heeft geslagen. Chapeau mein Freund, chapeau.

Zoals wel vaker met dergelijke line-ups, is het vervolgens weer even schakelen wanneer halt wordt gehouden bij de Tarantula Stage, waar het Zweedse Dead Lord staat te rocken. De zeer op gitaar georiënteerde rock wordt vol overtuiging gebracht door het behaarde viertal, met een sound die eerder Amerikaans dan Zweeds aandoet.

In de boksring waar een half uurtje geleden nog Mambo Kurt stond te spelen, is het vervolgens de tijd voor Dead Elvis & His One Man Grave. Creatieve naam, toffe outfit ook (Elvis à la Las Vegas inclusief Crimson-masker), maar de muziek slaat een beetje dood. Het komt gewoon niet over; misschien had een poging later op de dag (en meer pils op de lever) meer succes gebracht. Voor nu denken we dat de ‘The King’ zich letterlijk in zijn graf zou omdraaien.

Het entertainment op Helldorado vormt hét voornaamste verschil met een festival als Speedfest, het gaat immers niet voor niets als een ‘Rock ’n Roll Freakshow’ de boeken in. Natuurlijk zijn we er allemaal voornamelijk voor de muziek, maar vijftien minuten kijken hoe een (brede) man en (rondborstige) vrouw een act met messen opvoeren (Death Do Us Part Danger Show) is naar onze mening ook gezond, puur in het kader van de afwisseling. Het is allemaal heel erg Amerikaans, net zoals The Rock ’n Roll Wrestling Bash in de boksring, maar als je daar eventjes niet teveel aanstoot aan neemt, is het prima vermaak tussen de bedrijven door.

De psythrash van La Muerte blijkt al met al een hele ervaring. Talloze tempowisselingen, veel rood licht, kaarsen op het podium en ijzingwekkende screams van de gemaskerde frontman Marco Laguna: wat de Belgen ons voorschotelen boeit zonder enige twijfel. Na ruim twintig jaar radiostilte kwam een deel van de groep aux Bruxelles in 2015 weer bij elkaar om, onder aanvoering van o.a. Tino de Martino van Channel Zero, het album EVIL uit te brengen. Inmiddels is daar de ep Murder Machine aan toegevoegd en kunnen we stellen dat La Muerte allesbehalve dood is. Het mythische karakter van de band, versterkt door het succes in de jaren ’90 en het niet stillen van de bestaande honger die daarop volgde, zorgt ook op Helldorado voor een goedgevulde zaal, die heerlijk meedeint.

Tigre Blanco is van een andere orde. De gipsy sound van deze Eindhovense band is niet geënt op scheurende gitaren of drums die de trommelvliezen tergen, maar gestoeld op een Tarantino sound die best vermakelijk is, maar waar geen moment de vonk echt mee overslaat. Desondanks doen de cajon (handtrommel) en het gitaarwerk van topper Twan van Gerwen (o.a. Beef! en Kenny B.) ons bij tijd en wijle de ogen sluiten. Tigre Blanco is misschien niet de meest spetterende band op de bill, maar de vibe die door de band wordt gecreëerd dient te worden gewaardeerd.

Met Monomyth staat er een band op de Cobra Stage waarbij het adagium ‘zwaar’ een behoorlijk understatement is. De puur instrumentale sludge stoner duwt met zijn gewicht de hoofden ritmisch naar beneden, zekert de oogleden voor drie kwartier en laat de jointjes merk- en ruikbaar rondgaan. Besluit je de ogen eens te openen, dan word je plots verblind door felle en heftige lichteffecten die het spacende karakter van de band alleen maar verder versterkt. Op Incubate 2014 maakte de band al indruk, maar op Helldorado toont het Haagse vijftal aan écht een band van formaat te zijn. Wat Ragherrie betreft hét optreden van deze eerste Helldorado-editie.

Na een even welkome als broodnodige versnapering (bij Fish & Chips op Strijp-S, sorry organisatie maar de rijen waren niet geheel verbazingwekkend erg lang zo rond etenstijd) is er nog net wat tijd om Imperial State Electric aan het werk te zien. Terwijl nieuws over de dood van AC/DC’s Malcolm Young ook Helldorado bereikt, is een band als Guns ’n Roses nooit ver weg tijdens het kijken en luisteren naar onder andere Nicke Andersson (Hellacopter, ex-Entombed) en Dolf de Borst (The Datsuns). De perfecte manier om na de break de draad weer op te pakken.

Lord of Altamont is op diens beurt lekker groovy. Het geluid staat uitstekend en de orgelmuziek doet je bijna vergeten dat je een behoorlijk underground bandje staat te bekijken. Een vinger leggen op de typering is lastig; invloeden uit onder andere 60’s garage rock, psychedelic, glam rock en ook blues-aspecten duiken op nabij de Tarantula Stage.

Orange Goblin komt met een heerlijke show op de proppen. Hun stoner is vurig en wordt begeleid met een heerlijke rock ’n roll smoel. In de groen-gele spotlights wordt een wervelend optreden begeleid door vuurspuwers, blote tieten en gierend gitaarwerk. Met recht een rock ’n roll freakshow, zoals de organisatie het ongetwijfeld bedoeld heeft.

Nashville Pussy gaat al de nodige jaren mee; al sinds 1997 om precies te zijn. Het Amerikaanse kwartet krijgt een volle zaal voor de kiezen en geeft de aanwezigen waarvoor ze komen: dirty rock met een vibe die aan de jaren zeventig doet denken, inclusief gitariste met een geweldige bos krullen. Leuk feitje: op de allereerste editie van Speedfest stond Nashville Pussy ook al op de poster, samen met Demented Are Go, Bang Bang Bazooka, The Exploited en (joh) Peter Pan Speedrock.

Ook Red Fang heeft een haakje met Speedfest; in 2012 deden de kolderieke Amerikanen al het Klokgebouw aan en vijf jaar later zijn ze weer terug. Godzijdank, want wat maken de mannen toch een vette muziek en wat weten ze het publiek toch eenvoudig om hun vinger te winden, met een mopje hier, een klein babbeltje tussen de nummers daar. De combinatie van rock en metal doet bij vlagen denken aan Devin Townsend, wat de heren gerust als een compliment mogen beschouwen. Prehistoric Dog, je weet wel, van die videoclip vol bierblikken, maakt de set helemaal af.

Vervolgens is het tijd voor de show waar wij, stiekem, behoorlijk naar uit hebben gekeken. We zijn inmiddels al een uurtje of tien aanwezig in het Klokgebouw en eindelijk beklimt The Darkness de Lion Stage. Letterlijk iedereen die voor het podium staat wil van deze glam rockers maar één track horen: I Believe In A Thing Called Love! Slim als de Britten zijn planten ze deze song aan het einde van de set, zodat het niet halverwege al helemaal leegloopt. Dat zou ook zonde zijn, want The Darkness maakt behoorlijk lekkere rock nummers, die voor het merendeel desalniettemin onbekend in de oren zullen klinken. Dat zanger Justin Hawkins nou niet bepaald overloopt van enthousiasme nemen we maar voor lief. Arrogantie lijkt het niet, gezien de grote hoeveelheid zelfspot van de heren. In dat kader had de kersthit Christmas Time (Don’t Let The Bells End) de avond wel écht een hilarische twist gegeven.

Aan onze Vlaamse vrienden van Triggerfinger om de eerste editie van Helldorado op passende wijze af te sluiten. De populariteit van deze band heeft in Nederland inmiddels gigantische vormen aangenomen (en nee, we gaan niet beginnen over die theele.. oeps); het zal ons niet verbazen dat ze bij hun noorderburen over een grotere fanschare beschikken dan in eigen land. Ruben, Mario en Paul spelen een geroutineerde set, zonder écht indruk te maken. Toegegeven: Colossus is echt een vette track, maar het komt vanavond toch niet he-le-maal over.

Helldorado eindigt dus niet met een knaller, maar we kijken hoe dan ook uit naar de editie van 2018 (zo’n succes verdient toch niets anders dan een overweldigend vervolg?). Tot dan!

Datum: 18-11-2017 | Locatie: Klokgebouw, Eindhoven | Setlists Helldorado 2017 

Ragherrie wil Andre Schröder bedanken voor zijn foto’s.

FacebookTwitter