Interview met Monolord

"We schrijven muziek en eten soms eens wat"

Met Rust zette het Zweedse Monolord zich opnieuw prominent op de kaart binnen het doomlandschap. De band heeft binnen korte tijd een behoorlijke status bereikt en bewijst dit gegeven op een zweterige editie van Soulcrusher Fest in Nijmegen. Ragherrie had na hun luide set een uitgebreid gesprek met drummer Esben Willems, bassist Mika Häkki en zanger/gitarist Thomas Jäger.

Hoe ging de show vandaag?
Jäger: “Het ging goed. Het was de eerste show van onze tour met Conan, maar we kregen goede kritieken.”

Kunnen jullie jezelf even introduceren aan onze lezers die jullie nog niet kennen?
Jäger: “We spelen sinds 2013 samen en dit is ons derde album. Tussendoor hebben we nog een 10” uitgebracht. Eigenlijk touren we zoveel als we kunnen.”

Hoe produceer je drie albums in vier jaar tijd? Dat is behoorlijk productief!
Jäger: “Je moet ál je vrije tijd gebruiken om nummers te schrijven. We gaan nooit op stap, we feesten nooit.
Willems: “We schrijven muziek en eten soms nog eens wat.”
Jäger: “We eten pas als we thuis zijn!”

Wanneer merkten jullie dat al dat harde werk werd beloond?
Willems: “Definieer ‘beloning” eens, hahaha. Nee, eigenlijk direct hoor. Onze eerste tour was in 2014 en die ging meteen goed.”
Jäger: “Het eerste nummer dat we schreven, Empress Rising, brachten we uit op Soundcloud en Bandcamp en we merkten dat er meteen nieuwsgierigheid ontstond. Toen we de previews van het eerste album publiceerden, merkten we dat mensen het tof vonden. Daarna kwam alles van de grond.”

In de muziek zegt men weleens dat het derde album het moeilijkste is, hebben jullie die mythe ook zo ervaren?
Jäger: “Volgens mij zijn enkele van deze nummers geschreven ten tijde van ons tweede album, maar die zijn toen nooit opgenomen.”
Willems: “We repeteren constant en schrijven continu nieuw materiaal. Het is een voortdurende spiraal.”
Jäger: “En als we een riff schrijven nemen we hem direct op en bewaren we hem voor een later moment.”

Hoe gingen de opnames?
Jäger: “We hebben de plaat zelf opgenomen in ons eigen repetitiehok. We weten hoe die kamer klinkt en dat maakte het mixen en masteren eenvoudig. Esben hier heeft het geproduceerd, hij heeft het goed gedaan.”
Willems: “We hebben het niet live opgenomen hoor, daar is de repetitieruimte te klein voor hoor. We hebben ooit eens een Black Sabbath cover live daar opgenomen, maar er is te veel ‘leak’ (microfoons die geluiden oppakken die ze niet horen op te nemen, MS) in het geluid.”
Häkki: “Omdat we zoveel samenwerken, kennen we elkaar door en door, dus het grootste probleem is het fenomeen tijd. Er is nooit genoeg tijd.”
Jäger: “Iedere keer dat we het rustig aan willen doen, zonder stress, komt er een tour aan en duren dingen langer dan gepland. Ditmaal hebben we zelfs de dag voordat we op tour gingen nog de laatste puntjes op de i gezet. Zo gaat het altijd.”
Willems: “Je wil niets uitbrengen dat niet helemaal af is.”

Wanneer weten jullie of een nummer of album ‘af’ is?
Willems: “We hadden een deadline, hahaha. Zonder deadline raak je verzand in details. ‘Misschien dit iets harder’, ‘daar wat meer effect’. Zo blijf je eindeloos aan de gang.”
Jäger: “Je moet zeggen “tot hier en niet verder”. Er is altijd wel iets waardoor je zou moeten stoppen met opnemen.”

Maakt dat het moeilijk om dingen los te laten?
Jäger: “Ik denk dat je jezelf moet dwingen dat los te laten.”
Willems: “Zelfs als we alle tijd en geld in de wereld hadden zaten we nog te tweaken.”

Hebben jullie dan niet dat je steeds verbeterpunten hoort in de nummers wanneer je ze terugluistert?
Willems: “Jawel, maar ik vind dat iets goeds.”
Jäger: “Dat zijn dan de zaken die op het volgende album verbeterd kunnen worden.”
Häkki: “Precies! Zo ontdek je weer nieuwe dingen en verbeter je jezelf door de jaren heen.”

Hoe schrijven jullie je nummers?
Willems: “We kijken vooral naar waar de riffs heen willen. Het moet natuurlijk aanvoelen.”
Jäger: “Bij de afsluiter van Rust, Atniceae, waren we op een gegeven moment op een punt dat we zeiden: “zo is het goed”. Maar later dachten we toch dat het beter kon. We hebben meerdere manieren geprobeerd en uiteindelijk werd het zoals op de plaat staat.”
Willems: “We hebben het altijd over het gevoel van de nummers. Niet klinisch kijken welke riff waar past. Zoals Thomas zei, hij had een idee en het was het nét niet. We miste iets.”
Jäger: “Zij vonden het gaaf en ik vond het kut. En langzamerhand groeide het en begon ik het beter te vinden, maar het eerste idee van dat nummer is twee jaar oud. Het kostte twee jaar om het af te maken. Dat werkt soms, ideeën wegleggen en later weer opnieuw oppakken.”
Willems: “We jammen ook veel.”

Waar gaan jullie teksten over?
Jäger: “Vooral over frustraties over hoe de wereldleiders het meest geïnteresseerd zijn in geld verdienen door olie, oorlog, en het laten sterven van onze planeet. Ook religie, veel gaat over hoe religie de wereld kapotmaakt.”
Häkki: “Het is erg misantropisch en boos, lekker klagen over de wereld.”
Willems: “We ventileren onze woede op de maatschappij. We zijn geen band voor typische stoner lyrics. Teksten over draken vinden wij een beetje mal.”
Jäger: “Er zijn bands die dat heel goed doen, zoals Conan en Sleep. Maar wij niet.”

Hoe vaak touren jullie?
Jäger: “Dat varieert per jaar. Vorig jaar haalden we bijna de honderd gigs. Dat kun je niet combineren met een gezinsleven, je moet dan een heel andere levensstijl aannemen.”
Willems: “We krijgen niet genoeg betaald om ervan te kunnen leven.”

Hoe betaal je dan je rekeningen?
Willems: “Dat kunnen we niet, haha.”
Jäger: “Je moet een baan vinden voor tussen de tours.”
Willems: “We hebben allemaal rare banen, overdag en ’s nachts.”
Jäger: “Ik heb geprobeerd om werkeloos te zijn. Dat was leuk, ik schreef heel veel nummers, maar ik was erg arm, dus nu moet ik wel werken. Maar het is heel inspirerend om gewoon wakker te worden wanneer je wakker wordt, een kop koffie te zetten en gewoon muziek te gaan schrijven. Goed voor de ziel, als je er eentje hebt.”
Willems: “Ik heb een kind thuis. Mijn vriendin is gelukkig super en ze ondersteunt mijn levensstijl, maar het is wel moeilijk. Het is dan wel mijn kind, maar ik hou ongelofelijk van touren. Je moet creatief zijn met de tijd. Maar het is het allemaal waard.”

Het artwork laat een paar auto’s zien. Heeft dat nog een betekenis?
Jäger: “Het heeft te maken met de teksten: vernietiging van de samenleving door mensen, dan wel door oorlog, dan wel door religie, wat eigenlijk ongeveer hetzelfde is.”
Willems: “Die foto komt van een oorlogsregio in Noord-Irak. Een prachtige foto binnen een verschrikkelijke situatie.”

Hoe moet de wereld dan beter worden volgens jullie?
Jäger: “Wetenschappers zeggen dat we al voorbij het punt zijn waarop de aarde nog valt te herstellen. Maar je kunt altijd aardiger voor haar zijn.”
Willems: “Dat we voorbij dat punt zijn, wil niet zeggen dat we als mens achteruit moeten gaan.”
Häkki: “De mens heeft minder ego nodig. Mensen met grote ego’s beginnen oorlogen en willen macht.”
Jäger: “En geld. Geld begint oorlogen. Waarom beginnen we niet van voren? Weg met het monetaire systeem!”

Zijn er nog doelen voor jullie om te bereiken?
Jäger: “Meer touren, meer shows.”
Willems: “Gewoon dit kunnen doen is al een doel op zichzelf. Als we het kunnen doen en er op onze manier van kunnen leven, dan is dat een droom die uitkomt.”
Jäger: “Daar droomde ik al van sinds ik klein was.”
Willems: “Toen ik mijn eerste show speelde, als 12-jarig jochie, wist ik al dat ik dit wilde blijven doen.”
Jäger: “We brachten ons eerste album uit en vijf maanden later kregen we contact met Roadburn. We speelden in het Patronaat (Haarlem, MS.) in 2015 en we hoorden dat er een enorme rij voor de zaal stond. Toen dacht ik wel dat we iets speciaals in handen hadden.”
Willems: “Je moet het niet zo zakelijk zien. We zetten geen doelen, maar zien wat er op ons pad komt.”

Hebben jullie nog enkele laatste woorden voor de lezers?
Willems: “Blijf naar onze shows gaan.”
Jäger: “Blijf naar alle shows gaan!”
Häkki: “In Scandinavië is dat aan het uitsterven dus ja: ga naar alle shows!”

 

 

FacebookTwitter