Interview met Jan Rechberger van Amorphis

'We kunnen helaas nooit iedereen helemaal tevreden houden'

Vlak voor de show van Amorphis in Tilburg ter ere van het jubilerende album Eclipse, spraken wij in met drummer Jan ‘Snoopy’ Rechberger; toevallig in hetzelfde kamertje onder 013 waar we kortgeleden nog met Neige van Alcest spraken. Jan blijkt een sympathieke kerel die rustig en uitgebreid antwoord geeft op al onze vragen. Al pratend maakt hij de nodige uitstapjes naar andere onderwerpen, waardoor de tijd vliegt en onze twintig minuten interview-tijd er al snel veertig worden.

Hey Jan, welkom terug in Tilburg! Hoe gaat het ermee?
“Hey! Prima hoor – fijn om terug te zijn in Tilburg. Nederland is sowieso altijd een relaxed land om te zijn. Twee jaar geleden waren we nog in 013 met de speciale show voor Tales from the Thousand Lakes en eerder dit jaar speelden we ook al in de kleine zaal, ter ere van ons nieuwe album Under the Red Cloud. En vanavond staat dus de speciale show ter ere van Eclipse op het programma – we hebben er zin in!”

Is dat bijzonder voor jullie als muzikanten, zo’n speciale show?
“Nee niet echt. *lacht* Een show is een show; we bereiden een bepaalde setlist voor en welke songs daar dan precies op staan maakt niet zo veel uit voor ons. Echt speciale dingen, zoals akoestische nummers, zijn een kleine uitzondering op die regel. Het was natuurlijk wel tof om eens terug te gaan naar ons oude materiaal, waarvan we een groot deel nauwelijks live hebben gespeeld. Onze discografie is in de loop der jaren zo groot geworden dat we nu eenmaal niet alles in één show kunnen proppen; er vallen altijd nummers af die ik – of één van de andere bandleden – graag wél live zouden spelen of die het publiek graag zou willen horen. We krijgen dan ook wel eens opmerkingen over de setlist, maar we kunnen helaas nooit iedereen helemaal tevreden houden.”

Trekken zulke speciale shows nou een compleet ander publiek dan normaal?
“Ja gedeeltelijk wel; maar we moeten het ook niet overdrijven – er is veel overlap. Het is ook niet zo dat er op de speciale shows, zoals voor Tales…, heel veel mensen afkomen en dat er bij onze ‘reguliere’ shows geen hond is. Gelukkig voor ons is er ook voldoende vraag naar het nieuwere materiaal. Amorphis bestaat al zo lang dat we inmiddels de generaties in onze fanbase terug kunnen zien. Jongemannen die twintig jaar geleden losgingen op Tales… staan nu met hun kinderen bij onze shows te genieten van songs van Under the Red Cloud. We voelen ons er vooral héél oud door *lacht*. Ik heb overigens precies hetzelfde gedaan met mijn kinderen toen ik ze meenam naar een optreden van Iron Maiden in Finland, zoiets is heel speciaal.

Het is natuurlijk vooral cool dat we na al die jaren nog steeds mensen weten te boeien met onze shows en dat we kunnen leven van onze muziek. Touren is hard werken – dus ik zou het niet gratis doen – maar het blijft geweldig dat we er geld mee kunnen verdienen. Daar is het ons overigens nooit om te doen geweest; we zijn muziek gaan maken omdat we als artiesten het gevoel hebben dat we dat moeten doen. We hebben vaak ook bewust gekozen voor financieel minder aantrekkelijke opties, omdat we ons daar beter bij voelden.

De concurrentie is in de loop der jaren wel gigantisch toegenomen. Toen we begonnen waren er simpelweg minder bands en dus ook minder bands die op tournee gingen. Dat is tegenwoordig wel anders! Het blijft daardoor een uitdaging om mensen naar je shows te trekken; er zijn enorm veel optredens en de toegangsprijzen zijn de laatste jaren fors gestegen. Toeschouwers kunnen hun geld natuurlijk maar één keer uitgeven, maar gelukkig hebben we geen reden tot klagen. Ik hoop natuurlijk dat dat nog heel lang zo blijft! Zolang er nog mensen op onze shows afkomen en we het fysiek allemaal nog trekken, gaan we dan ook door. Als we straks bejaard zijn en er niemand meer naar ons komt kijken, trekken we de stekker er waarschijnlijk direct uit – het moet allemaal wel een beetje leuk blijven.”

Zolang er nog mensen op onze shows afkomen en we het fysiek allemaal nog trekken, gaan we door

Wordt het na verloop van tijd niet saai om elke avond dezelfde songs te spelen?
“Saai is misschien niet het goede woord; iedere show is een uitdaging op zich. Support-shows, zoals die voor Nightwish in de HMH, zijn op een heel andere manier uitdagend dan headline-shows. Ook als je met exact dezelfde apparatuur dezelfde songs speelt, is elk optreden toch weer anders. Muzikanten zijn ook maar mensen en geen robots. Na een tourcyclus van twee jaar is het wel lekker om even iets compleet anders te kunnen spelen; precies zoals we dat in 2014 hebben gedaan en nu weer. De Eclipse-tournee duurt maar een week, dus we hoeven niet bang te zijn voor verveling *lacht*. Al dat terugblikken op het verleden met speciale shows is best een keer leuk – we willen echter ook naar de toekomst blijven kijken.”

Hoe kijk je terug op Eclipse uit 2006, het album dat vandaag in de schijnwerper staat?
Eclipse is een goed album, al zeg ik het zelf. Het was ook een belangrijke release voor Amorphis, omdat het de eerste plaat is waarop Tomi Joutsen meezingt. We zien het album als het begin van een tijdperk. Ook voor onszelf was het een verfrissende plaat en we hadden geen idee hoe de fans zouden reageren op de muziek of onze nieuwe zanger. Dat de plaat na een week op nummer 1 stond in de Finse charts, deed ons dan ook goed.

De goede reacties voelden als een beloning en een bevestiging dat we de juiste keuze hadden gemaakt. Heel bewust hebben we niet de eerste de beste zanger genomen die op ons pad kwam; rustig hebben we gezocht naar de perfecte nieuwe vocalist. We kregen bijzonder veel sollicitaties binnen – op een gegeven moment hadden we een hele vuilniszak vol demo’s in de oude studio van toetsenist Santeri Kallio staan. De meeste kandidaten bleken niet goed genoeg; veel opnames hebben we na een seconde of tien alweer afgezet: next! Uiteindelijk bleven er een stuk of vijf potentiële zangers over en daar zat Tomi niet tussen, haha. Een vriend van ons (in Nevergreen/Sinisthra, red.) belde ons of we de zanger van zijn band niet eens wilden proberen. Toen Tomi in de studio zijn mond opendeed wisten we binnen een paar seconden dat hij onze nieuwe zanger zou worden. Dat was in 2004.

Toen Tomi in de studio zijn mond opendeed wisten we binnen een paar seconden dat hij onze nieuwe zanger zou worden

Daarna zijn we, nog vóór de release van Eclipse met Tomi op tour gegaan in de VS. Toen speelden we vooral materiaal van Far From the Sun (2003). Hij was door die tournee al een beetje aan ons gewend (en andersom) en hij had zijn plekje in de band gevonden tegen de tijd dat we de studio indoken voor Eclipse. Ik speelde mijn drumpartijen en ging weer naar huis, dus hoorde ik zijn zangpartijen (op wat losse flarden tijdens oefensessies na) pas voor de eerste keer toen het album al klaar was. Dat het materiaal sterk was, wist ik natuurlijk wel. Toch was ik stiekem best een beetje zenuwachtig; hoe zouden de fans reageren? We waren dus enorm opgelucht toen het album al direct na de release in 2006 zo goed ontvangen werd.

Tien jaar later zjn al de mannen die dat album opnamen gelukkig nog altijd van de partij – daarmee is de huidige bezetting (van 2004 tot heden, red.) meteen de meest stabiele die we met Amorphis ooit gehad hebben. Daarvoor hebben we altijd veel bezettingswisselingen gehad maar met de huidige bandleden hebben we echt iets kunnen opbouwen. Dat is iets wat we koesteren; er kan natuurlijk morgen zomaar iemand uit de band stappen, dat weet je nooit. Met deze club hebben we een unieke sound weten neer te zetten, bestaande uit elementen van heel veel verschillende stijlen, maar toch direct herkenbaar als Amorphis. Dat is precies wat we altijd hebben willen bereiken en dat is ons in de laatste tien jaar eindelijk gelukt.”

Laten we even terug gaan in de tijd. Tijdens de Tales…-tournee in 2014 hebben jullie alleen stokoud werk gespeeld. Heeft dat nog invloed gehad bij het werken aan jullie nieuwste album Under the Red Cloud?
“Het gros van het materiaal was al klaar toen we op tournee gingen ter ere van Tales…, dus niet direct. Ik snap wel waarom mensen dat misschien denken. Under the Red Cloud is flink wat heavier (al was Circle uit 2013 dat ook al) als je het vergelijkt met de periode van Eclipse (2006) tot en met The Beginning of Times (2011). Het was vooral onze geweldige (en soms een beetje maniakale) producent Jens Bogren die ons heeft gepushed om meer harsh vocals te gebruiken op Under the Red Cloud. Onze zanger Tomi is overigens enorm fan van ons oude materiaal, dus het heeft ongetwijfeld toch wel wat invloed gehad op zijn zanglijntjes. Het is cool dat we iets uit ons eigen verleden kunnen gebruiken voor nieuw materiaal, dat we in plaats van andere bands onszelf kunnen kopiëren, haha.”

Gooien jullie als band veel muzikale ideeën weg tijdens het werken aan een nieuw album?
“Ja, dat gebeurt elke keer; voor Circle hadden we in eerste instantie bijvoorbeeld dertig songs en voor Under the Red Cloud begonnen we met ongeveer 25 nummers, waarvan er al snel tien afvielen. We zijn normaal gesproken een democratische band; beslissingen over welke songs wel of niet goed genoeg zijn worden in overleg genomen. In het geval van Under the Red Cloud hebben we deze lastige klus uitbesteed aan producer Jens Bogren; hij heeft de uiteindelijke selectie gemaakt. Dat was wel een fijne manier van werken; met zes muzikanten met een uitgesproken mening in je band leidt de selectie-procedure vaak tot verhitte discussies of een 3-3 patstelling – daar hadden we nu geen last van. We hebben Jens – iemand met een schat aan ervaring – ingehuurd omdat we hem en zijn mening vertrouwen. Vaak is het ook wel gezond om een mening van buitenaf te horen, aangezien je na verloop van tijd niet meer objectief kunt zijn over je eigen muziek. Zeker bij een professional als Jens is het niet moeilijk om dergelijke zaken los te laten. Hij heeft bijvoorbeeld ook de volgorde van de nummers bepaald; dat is het onderwerp waar we doorgaans het meest over ‘discussiëren’ – en dat vreet tijd en energie, haha.

Het is natuurlijk frustrerend als een nummer waar je keihard aan gewerkt hebt uiteindelijk geschrapt wordt. Het hoort nu eenmaal bij onze manier van werken; we moeten voor het sterkste materiaal kiezen, ongeacht wie het geschreven heeft. We gebruiken ook nooit oude ideeën voor nieuw materiaal. Er is altijd wel een goede reden waarom een bepaald idee werd afgekeurd, dus ‘hergebruik’ zou niet goed zijn voor de kwaliteit van onze muziek.”

We moeten voor het sterkste materiaal kiezen, ongeacht wie het geschreven heeft

De stijl van Amorphis is in de loop der jaren een paar keer enorm veranderd. Is dat iets wat jullie fanbase polariseert?
“Natuurlijk krijgen we wel eens negatieve reacties van bijvoorbeeld de oude stoere death metalmannen. Maar ook andersom komt het voor: fans van ons – nouja, ik zeg altijd maar met een knipoog ‘poppy’ -radiovriendelijk materiaal die niet echt kapot zijn van ons andere werk en het liefst zagen dat we alleen suikerzoete semi-popliedjes speelden. Als we in Finland bijvoorbeeld een oud nummer spelen tijdens een festival, krijgen we altijd wel wat verbaasde reacties van het jongere deel van het publiek die alleen nummers als Silver Bride kennen omdat ze dat op de radio horen. Over het algemeen lukt het ons vrij aardig om alles te mixen; zoals ik eerder al zei is het helaas onmogelijk om het iedereen naar de zin te maken. We maken ons er niet druk over. Voor mij is de diversiteit van onze songs juist een voordeel. Het gaat ons om de de emotie die onze muziek oproept bij het publiek. Of dat het nu het poppy-materiaal is of het keiharde metal-werk maakt daarbij niets uit. Ik hou sowieso niet van hokjesdenken; in ons geval bepaalt de hoeveelheid grunts vaak of een album als ‘heel erg metal’ of ‘heel erg soft’ wordt bestempeld.

Het gaat ons om de de emotie die onze muziek oproept bij het publiek

Door de diversiteit van onze muziek blijven onze shows hopelijk ook boeiend, ook als je ons al vaker hebt gezien. Een band als Napalm Death doet altijd hetzelfde kunstje en ik zou me persoonlijk gaan vervelen als ik ze voor de tiende keer precies hetzelfde optreden zag geven – maar als Napalm Death een keer wél wat compleet anders zou doen, staan de diehard fans weer raar te kijken; die mensen willen gewoon Napalm Death en verder niets – en dat is natuurlijk helemaal prima. Wat ik wil zeggen (zonder Napam Death af te kraken – goede band!) is dat er meer dan één goede manier is om de je uit te drukken door middel van je muziek – en dat elke band daarin zijn eigen weg moet zoeken.

We hebben ons nooit laten beïnvloeden door wat onze fans misschien van een bepaalde stijlverandering zullen denken. De progressie is ook altijd natuurlijk gegaan en niet gepland, of iets dergelijks. Alle goede muziek die we horen, heeft natuurlijk in meerdere of mindere mate invloed op ons als artiesten. Toen we aan Tales From the Thousand Lakes (1994) werkten, (her)ontdekten we bijvoorbeeld de progressieve rockbands uit de jaren 70, zoals Pink Floyd. Natuurlijk zijn invloeden daarvan onbewust doorgedrongen in de muziek op dat album maar niet eens met opzet. We plannen ook niet van tevoren dat we nu een album in een bepaalde stijl gaan maken; dat gebeurt gewoon.”

We hadden het al kort over de optredens met Arch Enemy en Nightwish in Amsterdam. Dat was vlak na de aanslagen in Parijs…
“Ja inderdaad. Door de strenge security na de aanslag op Bataclan hebben flink wat mensen ons halve optreden in Amsterdam gemist; toch was de zaal beide avonden al bijzonder vol en werden we goed ontvangen door het publiek – dat had ik eerlijk gezegd niet verwacht. Het waren echt twee geweldige optredens. In Finland komen mensen vaak echt alleen voor de headliner. De concertgangers komen vlak voor de headliner begint een keer rustig binnendruppelen, zelfs als een show uitverkocht is – eigenlijk zonde van je geld als je er goed over nadenkt; als je betaald hebt voor drie bands kun je ook maar het beste van alle drie de bands genieten, tickets zijn toch al duur genoeg.

Als je betaald hebt voor drie bands kun je ook maar het beste van alle drie de bands genieten, tickets zijn toch al duur genoeg

De Nightwish-tour was dus aan de ene kant geweldig; toch hoop ik al dat randgebeuren nooit meer mee te maken. Ik moest op de dagen van die shows in Amsterdam een paar keer de zaal in en uit; steeds moest ik me weer legitimeren. Ik ben geloof ik wel tien keer gecontroleerd op weg van en naar de tourbus, soms door mannen die me een minuut eerder ook al gecontroleerd hadden als ik de andere kant op ging. Er kwamen zelfs metaaldetectors aan te pas, ondanks mijn AAA-tourpasje. Het was bizar, al kan ik er nu wel om lachen. Die jongens deden natuurlijk ook gewoon hun werk, dat snap ik best. Het kan overigens altijd erger: in Parijs en België stonden er zelfs gewapende mannen van een of andere speciale eenheid in en rondom de zaal. Het leek wel oorlog – verschrikkelijk! Ik hou niet van vuurwapens en ik maakte me toen wel echt een beetje zorgen dat gewapende beveiliging bij evenementen de nieuwe standaard zou gaan worden. 

Natuurlijk snap ik dat mensen bang waren; je hebt totaal geen invloed op dergelijke uitingen van blinde haat en geweld. Ik weiger echter te leven in angst, en gelukkig zijn veel mensen dat met me eens. Het is misschien een cliché maar als je niet naar een evenement gaat uit angst voor een aanslag, geef je de terroristen eigenlijk precies wat ze willen. Gelukkig weigeren veel mensen zich te laten gijzelen en gaat het er nu weer een stuk relaxter aan toe overal. Dat overspannen gedoe was verschrikkelijk; dat hoort en past helemaal niet bij metalshows. Het hoort eigenlijk helemaal nergens bij. Verschrikkelijk.”

Genoeg over het verleden. Laten we ons focussen op de toekomst: zijn er al plannen voor een nieuw album?
“Ja! De samenwerking met Jens voor Under the Red Cloud beviel bijzonder goed – geweldige vent! We hebben het al voorzichtig gehad over het maken van een volgende album met hem achter de knoppen; dan moeten we de agenda’s wel op elkaar af weten te stemmen. We hebben nog niet veel uitgewerkte ideeën want we zijn erg druk geweest met touren – en nog steeds. Na de jaarwisseling gaan we nog voor Under the Red Cloud touren in Amerika en daarna wachten de zomerfestivals weer. Na de zomer hebben we een kleine pauze gepland waarin we vast wat pre-productie voor de nieuwe plaat kunnen gaan verrichten. Zoals het zich nu laat aanzien duiken we rond november 2017 weer de studio in!”

Dat is bijzonder fijn nieuws! We wachten vol spanning af. Bedankt voor je tijd en succes met de show!
“Thanks! Jullie veel plezier gewenst en we zien jullie snel weer!”

FacebookTwitter