Interview met Holy Serpent

Europese ambities, maar alles op zijn tijd

Eind september luisterde Ragherrie naar Temples, de nieuwste plaat van het Australische Holy Serpent. Indrukwekkend, to say the least. Eens zien of de heren net zoveel te vertellen hebben als de muziek doet vermoeden. We babbelen bij met gitarist en vocalist Scott Penberthy, onder meer over het ontstaan van Temples en hun Europese ambities.

Op het moment van schrijven heeft Holy Serpent er net de laatste show van de album release tour opzitten. “Man het was… Ongelofelijk vet!” zo laat Scott ons weten. En dat geloven we maar al te graag; als Temples live net zo dynamisch overkomt als op plaat, dan is er geen enkele reden om aan de woorden van de zanger annex gitarist te twijfelen. “De nummers zitten boordevol energie, dus ook live kunnen we ons ei kwijt”. Maar het is ook wel fijn om zo nu en dan eens even stil te staan bij het bescheiden succes van de band. “In oktober voerden we de maandelijkse lijst van The Doom Charts aan, dat is binnen de scene toch wel iets om heel erg trots op te zijn”.

Samen nummers maken is voor ons iets natuurlijks

Maar goed, het is de mannen niet aan komen waaien; het viertal heeft flink aan Temples gewerkt voordat het 30 september uitkwam. Het tweede album alweer sinds de oprichting in 2014. Volgens Scott zorgt voornamelijk de heldere taakverdeling ervoor dat Holy Serpent zo productief is. “Het samen schrijven van de nummers is voor mij en Nick (gitarist, red.) iets vanzelfsprekends. We hebben allebei zo ons aandeel; hij vormt de ruggengraat van ieder nummer op zijn gitaar, vervolgens ga ik ermee aan de slag om er melodieën en lyrics bij te verzinnen. Wat betreft de arrangementen zijn we het over het algemeen snel met elkaar eens”. Dat klinkt inderdaad als prettig samenwerken.

Balans
Maar echte routines in de uitvoering zelf zijn er niet. Beide gitaristen vinden het vooral belangrijk dat de schrijfwijze aansluit bij wat zij op dat moment interessant vinden en waar zij zich het meest comfortabel bij voelen. “Op ons eerste album Holy Serpent waren we vooral aan het spelen met de vibe, door steeds dezelfde riff over het gehele fretboard te schuiven. En op onze tweede release waren de tempowisselingen een aspect waarmee we het album echt een eigen identiteit wilden geven. En aankomende platen zullen ook weer anders zijn; we leren steeds nieuwe arrangementen en manieren van songs schrijven kennen”.

Tempowisselingen inderdaad, een aspect dat het karakter van Temples prima omschrijft. Ze zorgen ervoor dat het niet alleen psychedelic is, maar het geeft de plaat bijvoorbeeld ook een sludgy edge. Scott erkent dat ze er wel steeds het hoofd en hart bij moesten houden. “We hebben doorlopend aan de songs gewerkt; voelde een bepaald deel van een nummer niet juist, dan lieten we het even liggen totdat de ware aard van het nummer zich uiteindelijk openbaarde. Hierbij zijn we niet bewust met genres aan de slag gegaan. Daar laten we ons niet op vastpinnen. Wel laat Scott zich inspireren. “Wat betreft psychedelic rock ben ik dol op Ty Segal en Fuzz, terwijl bijvoorbeeld Connan Mockasin melodisch en qua productiewijze een echte inspiratiebron is”.

Europa
Australië en Europa; daar liggen flink wat kilometers land en liters water tussen. Is dit een probleem voor Holy Serpent? Immers; Underground Australië kent Holy Serpent inmiddels en vice versa. “We hebben wat dat betreft niet zo’n haast, om eerlijk te zijn. We zouden dolgraag in Europa spelen hoor, maar we moeten dan wel in een financiële situatie zitten die dat toestaat. We komen wanneer het moment juist is en we voldoende shows kunnen spelen om die oversteek te rechtvaardigen. Nu is dat gewoon nog niet het geval. En, om die vraag in perspectief te plaatsen; we willen bijvoorbeeld graag naar Perth. Dat is dan wel Australië, maar het ligt helemaal aan de andere kant van het land; ook dat is een flinke afstand voor ons”.

We laten ons niet vastpinnen

Niet dat de band uit de neus gaat zitten vreten of iets dergelijks; ze beginnen binnenkort gewoon met schrijven voor het derde album. “We willen er eventjes met zijn vieren tussenuit. Naar een plek waar we niet afgeleid kunnen worden, een cabin ergens in een bos zou perfect zijn. Zo kunnen we ons ultiem focussen. Daarnaast willen we dus naar Perth en zou ik de jongens dolgraag eens meenemen naar mijn thuisland Nieuw-Zeeland, om daar eens te spelen”.

En mocht de band eenmaal zo ver zijn om de flinke stap naar Europa te zetten, dan zou touren met bijvoorbeeld Monolord een droom zijn die uitkomt. “Maar ook het podium delen met bands als Witch of Uncle Acid & The Deadbeats zou echt onwerkelijk zijn.” Dromen te over dus; zolang het maar leuk blijft. “Zorg ervoor dat je alles met plezier doet. Als het leven alleen maar bestaat uit stress en werken, waar doe je het dan voor?”

FacebookTwitter